Witte Suiker Md6jisy8ezi610vx1qs0p2z41km1ney8x0ws5m8blk

Overgewicht, suikerspiegels en het VP3-programma

door: Thomas Norbart, arts

Overgewicht komt steeds vaker voor, evenals de lichamelijke en psychische problemen die het veroorzaakt. Meestal wordt een laagcalorisch dieet direct aangewezen als de oplossing van het overgewicht: een gedachte die verre van volledig is.

‘Heb je last van overgewicht? Dan moet je gewoon minder eten.’ Deze hardnekkige simplificatie begint gelukkig terrein te verliezen. Veel mensen beseffen bijvoorbeeld inmiddels dat psycho-emotionele problemen vaak ook een grote rol spelen bij overgewicht en dat coaching en/of therapie onmisbaar is om blijvend af te vallen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat veel mensen met overgewicht kampen met een verstoord glucose- en insulinemetabolisme. Volgens de laatste schattingen wordt wel 90% van het overgewicht veroorzaakt door insulineresistentie!

 

Anti-obesitas farmaceutica
De afgelopen jaren zijn er talloze anti-obesitas farmaceutica ontwikkeld. Toch hebben ook deze farmaceutica de groeiende epidemie van obesitas niet onder controle gekregen. Uit onderzoek wordt steeds meer duidelijk waar effectieve behandelstrategieën en nieuwe medicatie zich op zouden moeten richten:
• suikerspiegels/insuline/Leptine/CZS pathways
• entero nervous system pathways
• verhogen van het rustmetabolisme

 

VP3-voedingsprogramma
Het VP3-voedingsprogramma uit Zwitserland is ontwikkeld door artsen, psychologen en voedingsdeskundigen. Dit programma is erop gericht:
• de calorie-inname te reduceren
• de suikerspiegels constant te houden
• het rustmetabolisme te verhogen
• de patiënt goed (medisch) te begeleiden

Tijdens het VP3-programma wordt het lichaam minimaal twee weken lang geconditioneerd met voeding van een gelijke samenstelling koolhydraten, eiwitten en vet. Zo kan het lichaam zich regenereren en kunnen het CZS (Centrale Zenuw Stelsel) en entero nervous system pathways zich herstellen. De patiënt eet elk uur een kleine maaltijd, waardoor de bloedsuikerspiegel stabiel blijft. Dit maakt het VP3-programma uitermate geschikt voor diabetici. Afhankelijk van de suikerspiegels kan de medicatie van diabetici vaak al vrij snel worden afgebouwd. Bovendien zorgen de stabiele suikerspiegels voor een energiek en vitaal gevoel tijdens het programma.

Glucose- en insulinemetabolisme
Niet iedereen is even goed in staat om zijn of haar insuline- en bloedsuikerspiegel onder controle te houden. Sterke schommelingen kunnen worden veroorzaakt door voedingspatroon, sociaal emotionele omstandigheden en leefstijl. Problemen met insuline- en bloedsuikerspiegels kunnen leiden tot verschillende klachten, zoals vroegtijdige veroudering, overgewicht, hart- en vaatziekten, en diabetes.

Insuline en glucagon
Insuline is een opslaghormoon en glucagon een verbruikshormoon. Insuline zorgt ervoor dat glucose als energie in de cel wordt verbrand of als glycogeen in lever en spiercellen wordt opgeslagen. Ook zorgt insuline ervoor dat de glucose die dan nog overblijft wordt opgeslagen in de vetcellen als vet. Glucagon zorgt er juist voor dat het vet in de vetcellen weer als energie verbruikt kan worden. Wanneer de insulinespiegel hoog is, is de glucagonspiegel laag. Als het insulineniveau daalt dan gaat het glucagonniveau weer omhoog. Deze balans tussen insuline en glucagon is onmisbaar voor een goede balans tussen energie en vetopslag.

Energie uit glucose
Geen mens kan zonder glucose: glucose geeft het lichaam energie waardoor alle spieren en organen werken. Glucose komt uit koolhydraten in de voeding. Koolhydraten zitten niet alleen in zoete voedingsmiddelen, zoals suiker en fruit, maar ook in sommige groenten, melk, brood en aardappelen. Normaal zorgt het lichaam er voor dat er precies genoeg insuline vrijkomt om de glucose in het bloed te verwerken. Zo blijft de bloedsuikerspiegel (bloedglucose) altijd binnen bepaalde grenzen, niet te laag en niet te hoog. Bij iemand met diabetes of insulineresistentie is dit evenwicht verstoord. Als er geen of onvoldoende insuline wordt gemaakt, of als iemand ongevoelig is geworden voor insuline, dan heeft het lichaam moeite om glucose uit het bloed te krijgen. Dat kan dan alleen via de urine: de patiënt krijgt onlesbare dorst en moet veel plassen. Doordat hij geen glucose, dus geen energie kan opnemen, voelt hij zich moe en futloos. Andere symptomen zijn onder meer gewichtsproblemen, wazig zien, jeukende huid en terugkerende kleine infecties.

Diabetes mellitus
Diabetes mellitus is een stofwisselingsziekte. Het lichaam van iemand met diabetes is niet meer in staat om zelfstandig suikers, oftewel glucose, uit voeding te verwerken. Dat komt omdat er te weinig of geen insuline wordt aangemaakt, of doordat de insuline zijn werk niet meer goed kan doen. Een te hoge bloedglucosespiegel is op den duur erg schadelijk voor alle lichaamsdelen. Daarom is het belangrijk om diabetes zo snel mogelijk te behandelen en de bloedglucosespiegel binnen normale grenzen te houden. Naast de problemen met de glucosehuishouding is vaak ook de vetstofwisseling uit balans.

Insulineresistentie
Bij een groot deel van de bevolking werkt het hormonaal systeem dat de bloedsuikerspiegel gelijk houdt slecht. Bij veel mensen is de insuline-glucagonbalans ontregeld en dit veroorzaakt insulineresistentie: normale hoeveelheden insuline leiden niet meer tot de gewenste daling van de glucosespiegel. De spiercellen protesteren tegen dit hormonale signaal en geven aan de pancreas (alvleesklier) door dat de glucosespiegel nog steeds te hoog is. Vervolgens geeft de pancreas meer insuline af, tot het punt dat de spiercellen reageren. Tegen die tijd is de insulineproductie erg hoog geworden. Op den duur kan hierdoor een voortdurend abnormaal hoog insulineniveau ontstaan, zelfs als men niet eet. Opvallend veel mensen met obesitas, diabetes of hypertensie zijn insulineresistent. Dat terwijl insuline een sleutelrol speelt in het koolhydraat-, vet-, eiwit én mineralenmetabolisme.

Risico op diabetes
Het risico op diabetes neemt toe naarmate het overgewicht groter wordt en langer duurt, en wanneer er sprake is van een centrale of abdominale vetverdeling. Bij overgewicht produceren de β-cellen van de pancreas namelijk ongeveer twee keer zoveel insuline als bij een normaal gewicht. Geraffineerde voeding bevat gemiddeld per calorie te weinig chroom, zink en vanadium. Zink en vanadium hebben een insulineactiviteit. Een tekort aan deze mineralen leidt daarom tot een verhoogde productie van insuline. Tekorten aan chroom geven een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Zink, chroom en vanadium werken samen om de insulineactiviteit in het lichaam op peil te houden. Chronische stress met als gevolg een verhoogde cortisolspiegel en (nor)adrenalinespiegel bevorderen ook de insulineresistentie.

 

Behandeling van het insulinemetabolisme

1. De insuline(over)productie remmen:
– Voorkomen en verminderen van overgewicht.
– Geraffineerde voeding vermijden.
– Alcoholgebruik matigen of stoppen.
– Mineralen en sporenelementen innemen (zoals zink, chroom en vanadium).
– Immuunstimulatie.
– Stress verminderen.
– Exogene insuline toedienen (dokterscontrole).

2. De activiteit van de β-cellen verbeteren:
– Voldoende zink innemen.
– Geraffineerde voeding vermijden.
– Insuline sparen via zink- en vanadiumrijke voeding.
– Bij immuunzwakke patiënten: insuline sparen door exogeen insuline toe te dienen.

3. De insulinegevoeligheid behandelen:
– De insulinereceptorbinding reduceren met genisteine, een soja-isoflavoon. Genisteine kan verder, net als daidzine, de hormoongeïnduceerde lipolyse in adipocyten stimuleren.
– Totale micronutriëntenstatus evalueren en aanvullen.
– Voldoende beweging garanderen.
– Darmflora optimaliseren: dit beïnvloedt de insulineactiviteit en de glucoseregulatie positief.
– Met alfa-liponzuur de weefsels gevoeliger maken voor insuline. Alfa-liponzuur verlaagt lactaat- en pyruvaatspiegels en verbetert de glucosegevoeligheid bij zware én lichte personen met DM type 2.

4. De gevolgen van hoge insulineniveaus en glucose in het bloed voorkomen.

VP3-voedingsprogramma, overgewicht en suikerspiegels
Het VP3-programma is uitermate geschikt voor mensen met diabetes die daarvoor tabletten gebruiken of mensen die dreigen diabetes te krijgen. Tijdens het VP3-programma eet de patiënt elk uur een uitgebalanceerde maaltijd, met een gelijke hoeveelheid koolhydraten, eiwitten en vetten. De stabiele bloedsuikerspiegel vermindert het risico op een hypo sterk. Bovendien dalen de suikerspiegels kort na de start van het programma naar meer normale waarden, omdat het gewicht afneemt. Mensen met diabetes die tabletten gebruiken om de suikerspiegels te reguleren, kunnen hun medicatie vaak tot meer dan de helft verminderen. En als de suikerspiegels regelmatig worden gecontroleerd, kan de medicatie vaak nog verder worden afgebouwd. Dit gebeurt altijd in overleg met de eigen arts. Mensen met diabetes houden tijdens het programma – zeker in het begin – intensief contact met hun VP3-therapeut of de arts van het VP3-programma.

Diabetes type 1 en 2, insulineafhankelijk
Ook mensen met diabetes type 1 en 2 die insulineafhankelijk zijn kunnen aan het programma deelnemen, onder strenge begeleiding van de arts van het VP3-programma. In Zwitserland krijgen deze mensen bijvoorbeeld eerst één tot twee weken interne begeleiding in het kuuroord. Daarna zijn ze in staat om het programma zelfstandig thuis te volgen. In Nederland wordt de begeleiding gegeven op ambulante basis. Dit vraagt om kennis van de specifieke situatie van de cliënt en een goede samenwerking met de arts van het VP3-programma, zeker in de eerste weken. Voor aanvullende informatie kunt u contact opnemen met een van de VP3-praktijken in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *